Preek over Matteüs 20:17-28 en Matteüs 28:16-20

2017-01-22 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Tot leerling gedoopt worden

Liturgie:

♪ E128 – Verblijd u alle volken
♪ Psalm 100 - berijming 1773 : 1, 2, 3, 4
♪ Zingen en Bidden in huis en kerk 256
♪ E122 – ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God
♪ Hemelhoog 417 – Weet je dat de Vader je kent?
Bediening van de doop aan Joëlle ten Hove
♪ Hemelhoog 350 – Jezus, hoop van de volken
♪ Gezang 335: 9
Matteüs 20: 17-28 en 28: 16-20
Verkondiging
♪ Gezang 481: 1, 2
♪ Psalm 27: 4

Masterclass

De pianist Menahem Pressler is 93 jaar oud. Hij treedt nog veel op, bijvoorbeeld vorig jaar in Tilburg met een masterclass. Ik zag hem een keer op TV zo’n masterclass geven aan jonge pianisten. Die speelden erg goed. Dat vond Pressler ook. ‘Maar,’ zei hij, ‘dat en dat kan nog mooier.’ Hij ging achter de piano zitten en deed het voor. En werkelijk: toen de jonge pianisten zijn wenken opvolgden, klonk het nog mooier. Een citaat van hem spreekt boekdelen: ‘Mijn studenten zijn voor mij als mijn kinderen. Ik houd van ze en heb zorg voor hen. Ik denk voortdurend aan ze en zie ze graag slagen.’ (My students, you know, are really like my children. I love them and care about them. I think about them constantly and want to see them succeed.)

Jezus, onze Meester

Denk aan zo’n ‘master’ en zijn studenten en je hebt een mooi beeld van wat onze Heer Jezus bedoelt als Hij zegt: ‘Maak alle volken tot mijn leerlingen.’ Het woord ‘leerling’  kan gedachten oproepen aan ‘naar school gaan’, ‘in de klas zitten’. Toch is dat niet het eerste waar je aan moet denken als het in de evangeliën gaat over ‘leerling’ worden van Jezus onze Heer. Voorop staat die persoonlijke band, zoals Pressler erover spreekt. Het oude woord ‘discipel’ drukt dat misschien nog wat duidelijker uit. Met de opdracht ‘maak alle volken tot mijn leerlingen’ streeft de Heer na dat Hij ontzaglijk veel mensen aan zichzelf wil binden, in een echte ‘Masterclass’. Vandaar ook dat het woord ‘leerling’ vaak verbonden is met het woord ‘Meester’, zie bijvoorbeeld 10:25. Het heeft wel wat om zo over de Heer te spreken: wij de leerlingen – Hij de Meester. De vraag is natuurlijk wat je in deze Masterclass leert.

Kort gezegd: bij onze Meester leer je leven met God. Om dat verdere in te vullen helpt het om te rade te gaan bij het Oude Testament. Daar gaat het er vaak over dat Israël, Gods volk, continu bezig is met leren leven met zijn God. Het leert
Nu liep dat leerproces in het Oude Testament vooral via de wet. In het Nieuwe Testament wordt dat anders. Daar draait het om de binding aan de Meester. Dat is niet toevallig. Net zoals in de masterclass van Menahem Pressler is namelijk de kern van de zaak, dat je leert doordat je het de Master ziet voordoen. Het Oude Testament had in zekere zin toch wel de structuur van de wet, van het gebod: ‘Zó moet je het doen!’ In het Nieuwe Testament komt de gebiedende wijs op de tweede plaats. Op de eerste plaats staat dat wat onze Heer doet. Dat wordt in de evangeliën dan ook nauwkeurig en zorgvuldig in beeld gebracht. Laten we met die grote collectie verhalen over onze Meester onze winst doen. Laat het in de kerk niet te veel over óns gaan, over ons geloof en onze vroomheid. Laat vooral voortdurend verteld worden wie onze Heer is, en hoe Hij het doet, het leven met God. Dát is inspirerend. Dat wekt het verlangen op om het óók zo te doen. Belangwekkend is de uitspraak van de Christelijke (Deense) wijsgeer Søren Kierkegaard (1813-1855):
 
De ware navolging komt niet tot stand door de prediking van het gebod: ‘Jij moet Christus navolgen!’, maar door de prediking van wat Christus voor mij gedaan heeft.

En weet je wat nu zo bijzonder is? Onze Meester neemt iedereen als leerling aan. Aan de masterclass van Menahem Pressler kun je alleen meedoen als je al een flink eind op weg bent met pianospelen. Onze Meester accepteert iedereen als zijn leerling, ook diegenen die niks van het leven gebakken hebben. Vandaar die wijde, onbegrensde opdracht: ‘Maak alle volken tot mijn leerlingen’. Wat een onzin dat alleen gereformeerde mensen leerlingen van de Meester zouden kunnen zijn. Waarom niet jouw vrienden? Er is nog een verschil met de masterclass van Pressler. Héel goede pianisten nemen op een gegeven moment het stokje van hem over en geven zelf masterclasses. Dat zal bij onze Meester nooit gebeuren. We blijven bij Hem in de leer zolang we leven. Want leven met God – dat is moeilijker dan je denkt. Dat heb je niet zomaar onder de knie. Als je als leerling aan het eind van je leven bent, dan kun je nóg niet zeggen: ‘Ik ben volleerd!’…

Dienen

Hoe moeilijk het is om de wenken van onze Meester op te volgen, zie je aan Jezus’  reactie op het verzoek van de moeder van Jakobus en Johannes (de zonen van Zebedeüs, 4:11). Het is een mooi, moederlijk gebaar, dat zij Hem vraagt om voor die twee de ereplaatsen naast Hem te reserveren. Ze ziet hoe die kerels hun best doen; hoe ze het hart op de goede plaats hebben, hoe vol vuur ze ervoor gaan. Zou dat niet gehonoreerd moeten worden? Confronterend is de reactie van de Heer:
 
Jullie weten niet wat je vraagt. (20:22)

Ze hebben er echt niets van begrepen, Jakobus en Johannes en hun moeder. En de andere leerlingen? Die evenmin. Want in wezen zitten die op hetzelfde spoor. Ze springen immers uit hun vel als ze van de actie van moeder en zonen horen (20:24). Alsof zij niet met minstens zo veel vuur ervoor gaan. Alsof zij niet in aanmerking kwamen voor de ereplaatsen. Maar heel dat streven naar ‘ereplaatsen’, dat staat hun in de weg om ook maar een centimeter verder te komen op de weg van het leven met God. En zo volgt een scherp corrigerende Masterclass. De Meester zegt:

Ik ga het jullie straks voordoen. Ik ga mijn  leven geven, als losgeld voor velen. Let goed op hoe Ik het doe. Zó werkt het: de goede weg leren kiezen; het goede leren doen; met God leren leven. Probeer het zelf maar:
 
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn.’ (20:26,27)

Uit deze woorden blijkt hoezeer Kierkegaard gelijk heeft. Inderdaad: voorop staat wat Christus voor ons gedaan heeft – zijn leven geven als een losprijs voor velen. Dat kruisoffer is er voor ons. Dat hoeven wij nooit na te bootsen. Het toont ons tegelijk  de dienstbaarheid die kenmerkend is voor het leven met God en die wij op onze eigen wijze in praktijk hebben te brengen. Het is die dienstbaarheid, die bereidheid om de tweede viool te spelen, die ons mensen van nature zo weinig ligt. De Meester leert ons hier een levenskunst die wij niet gauw onder de knie hebben. Nummer één willen zijn - dat is een vertrouwde drijfveer voor ons. En ware, christelijke  dienstbaarheid – die is altijd onwennig. O, dienstbaarheid is er genoeg in de wereld. Maar wat zit daar vaak een ongezonde zelfhaat achter, of een gecamoufleerde drang om op die manier te schitteren… Dienstbaar zijn zoals Christus het was, neerwaarts vanuit een positie van ongeëvenaarde macht en kracht en prestige – wat vraagt dat veel van ons. Niet minder dan een totale vernieuwing en wedergeboorte. En hoe gaat dat nou in de praktijk van alledag toe, dat volgen van onze dienende Meester,  zonder dat het ongezond of soft wordt? Ik heb het de jongeren van de belijdeniscatechisatie gevraagd. Ik lees u voor uit twee e-mails die ik van ze kreeg.
 
Een voorbeeld uit mijn eigen leven: Afgelopen periode op school heb ik samen gewerkt met twee medestudenten aan een opdracht voor school. Hierbij heb ik de anderen ' gediend' door het initiatief te nemen om bepaalde 'saaie' maar wel belangrijke taken op mij te nemen, zoals: bellen met de opdrachtgever, mailcontact onderhouden, stuk tekst schrijven, etc. Ik wil niet zeggen dat je alles moet gaan overnemen en daarmee misbruik van jezelf moet laten maken (er zijn grenzen), maar wanneer niemand zin heeft in een bepaalde klus kun je vanuit het Christelijk geloof jezelf wel aanbieden om die saaie of vervelende taak op je te nemen.
 
Bijvoorbeeld diegene helpen met het inpakken van de boodschappen terwijl diegene net nog bij jou voordrong in de rij. Je doet op deze manier precies het tegenovergestelde van wat je zou verwachten dat iemand zou doen, namelijk laten gaan (soft) of iemand er op aan pakken (op je strepen staan). Iemand op zo'n moment helpen is iemand confronteren, en hopelijk veranderen, zonder oordeel

Misschien kunt u en kunnen jullie er iets mee. In elk geval wordt hier iets zichtbaar van een belangrijk kenmerk van de christelijke Masterclass. Je volgt die nooit in je eentje, maar altijd samen met andere leerlingen, en dan zo, dat de ene leerling ook weer een ‘voorbeeld’ is voor de andere. Denk aan wat Paulus zegt tegen de Tessalonicenzen:
 
U hebt ons nagevolgd en daarmee de Heer … Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje. (1 Tessalonicenzen 12:6,7)
 
Ja, wat kunnen wij ook veel van elkaar leren in de christelijke Masterclass – oudere leerlingen van jongeren, en jongere van ouderen.

Tot leerling gedoopt worden

Ten slotte valt er vanuit die Masterclass ook een verrassend licht op de doop. De Meester noemt twee dingen op als het erom gaat, alle volken tot zijn leerlingen te maken.
 
a. ze moeten gedoopt worden
b. ze moeten leren wat Hij de leerlingen heeft opgedragen.
 
Met dat laatste bedoelt Hij natuurlijk, dat alles wat Hij aan ‘de twaalf discipelen’ heeft voorgehouden, moet worden doorgegeven aan al die nieuwe leerlingen. Met dat eerste maakt Hij duidelijk hoe je de doop kunt zien: als een introductie tot het grote leerproces. Als je gedoopt wordt, word je tot leerling gedoopt. In zekere zin is dat om te glimlachen. Zó wordt dus verhelderd dat de doop het ‘bad van de wedergeboorte’ kan worden genoemd. (Titus 3:5): bij de doop word je verbonden aan onze Meester, en er wordt een leerproces mee gestart dat je hele leven gaat duren omdat het een totale vernieuwing en verandering beoogt. Zo begint vandaag de masterclass voor het meisje dat nog maar enkele maanden in ons midden is en dat zo-even gedoopt werd. Over niet al te lange tijd gaat ze woordjes leren, en gaan haar ouders de eerste verhalen over de Meester vertellen. En ze krijgt, zo hebben haar ouders zo-even beloofd, van hen een voorbeeld van een christelijke levenswandel. En niet alleen van hen, als het goed is. Want allemaal kunnen we haar de hand reiken: allemaal zijn we, voor zover we gedoopt zijn, tot leerlingen gedoopt.  Allemaal kijken we aandachtig naar onze Meester, hoe Hij het doet. Allemaal proberen we zijn wenken te volgen en zijn we op die manier, met vallen en opstaan, elkaar ten voorbeeld. Zo heten we de dopeling van vanmorgen welkom. En we bidden haar toe, dat ze in deze bijzondere Masterclass de vreugde zal gaan ontdekken van het in de leer zijn bij onze Meester. Want vreugde gééft het: van Hem afkijken wat het echte leven is. Amen.

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.