Preek over Marcus 5:1-20

2016-05-08 v.m.

Ds. A. van der Dussen

In de aanval!

Liturgie:

♪ E4 – Geprezen zij de Here
♪ Psalm 99: 1, 2, 3, 4
Marcus 5: 1-20
♪ E136 – Mijn hoop is op U, Heer
♪ Liedboek voor de kerken Gezang 457
♪ Psalm 15: 1, 2
♪ Zingen en bidden in huis en kerk lied 416

Onrein

Het bijzondere en moedgevende van dit verhaal is, dat Jezus doet wat niemand anders doet: Hij zoekt het gevaar op. Hij  dekt zich niet in tegen gevaarlijke machten, maar gaat in de aanval en overwint ze. Gevaarlijke machten? Ja, want in de landstreek waar hij aan wal stapt is het een en al onreinheid, en daarin school voor de Joden gevaar. De bezetene is in de greep van een onreine geest, staat in vers 2. Hij verblijft in een omgeving waarin je de graflucht bijna kunt ruiken, 5:5, en als er iets onrein was voor Joden, dan de sfeer van de dood, vgl. Numeri 19:11-14. Verder ziet het in dat gebied van de Gerasenen zwart van de onreine dieren: varkens, 5:11,13, vgl. Leviticus 11:7. Het wordt bovendien bewoond door niet-Joden, en ook die golden als onrein, vgl. Handelingen 10:28. Om gevoel te krijgen voor de afkeer die Joden hadden van onreinheid moet u de foto’s maar eens op u laten inwerken van gebieden die door kernrampen zijn getroffen: Fukushima (Japan, 2011) en Tsjernobyl (Oekraïne, 1986). ‘Onreinheid’ was voor de Joden zoiets als radioactieve straling: gevaarlijk, luguber, om ver uit de buurt te blijven. Waarom? Omdat het de invloedssfeer van twee machten betrof die een mens konden scheiden van de heilige God: de dood en seks. Misschien doet het u vreemd aan dat ik die twee in één adem noem. Seks wordt toch positief gewaardeerd in de Bijbel? Dat is zeker waar – denk aan het Hooglied. Niettemin heeft seks ook een andere kant: hoe gauw kan het bij de seksuele activiteit onzuiver toegaan. Het vraagt de uiterste zorgvuldigheid om dat te voorkomen. Denk alleen maar aan de bepaling dat de priesters bij hun dienst hun geslachtsdelen moesten bedekken, Exodus 20:26; 28:42. Hier, in Marcus 5, is het vooral de sfeer van de dood die je uit het verhaal tegemoet komt. De man die door de onreine geest bezeten is doolt rond tussen de graven, 5:5. Hij beschadigt zichzelf, 5:5b. Zo is dit een gebied dat ver, ver afstaat van de levende God. Nooit zou een Jood zich hier vertonen. Jezus echter zet doelbewust koers naar deze lugubere streek. Hij gaat in de aanval!

Actualiteit

Zo roept dit verhaal tegelijk fascinatie en gevoelens van vervreemding op. Het fascineert vanwege zijn dramatiek. Maar vervreemdend werkt het doordat Jezus de confrontatie aangaat met machten die buiten onze moderne leefwereld lijken te vallen. Wij weten immers niet van bezetenheid, en kunnen ons weinig voorstellen bij de angst voor onreinheid,  als was die net zo gevaarlijk als radioactieve straling. Tenminste, zo lijkt het. Maar zelfs in onze moderne, cleane samenleving herleven dit soort zones van de werkelijkheid. Denk aan horrorfilms over vampiers, bloeddrinkende griezels die zich bij graven ophouden. Een Jood zou zeggen: “Dát bedoel ik met ‘onrein’!” (vgl. Leviticus 17:14) Denk aan kringen waar men zich met het occulte inlaat, en met spiritisme: het contact zoeken met geesten van doden. Denk aan het nachtleven van de drugsscene, waar mensen zichzelf langzaam maar zeker kapot maken. Velen van ons leven op veilige afstand van dit soort schemerduister. Terecht: het is een wereld die ver, ver afstaat van de levende God! “OK,” zult u misschien zeggen, “laat het waar zijn dat in dit soort sferen iets de kop opsteekt van wat in de Bijbel ‘onrein’ heet. Maar dan hebben we het toch over mensen die met hun volle verstand bepaalde praktijken bedrijven, en niet over bezetenheid?” Zeg dat niet te gauw. Het is een populaire opvatting, dat wij mensen vanuit onze eigen persoonlijke vrijheid kunnen kiezen voor het een en tegen het ander, en zo grip hebben op ons leven. Maar steeds vaker blijkt dat een versimpelde voorstelling van zaken te zijn. Wij zijn minder vrij dan we denken. Alleen al het fenomeen ‘verslaving’ wijst daarop. We ontdekken ook steeds vaker dat machten bezit van ons kunnen nemen. Een mens kan bezeten zijn van geld, van macht, van wrok. En wat gebeurde er met gewone Duitsers in de tijd van Hitler? Het Bijbelse beeld van geesten die mensen in hun greep krijgen en hen brengen tot totale vervreemding van zichzelf, zou wel eens beter geschikt zijn om onze angstaanjagende werkelijkheid op te helderen dan het moderne ideaal van de mondige, vrije mens.

Overwinnaar

Dat onze Heer Jezus in de aanval durft te gaan, heeft alles te maken met zijn identiteit, een identiteit die door de onreine geest feilloos wordt blootgelegd: Hij is “de Zoon van de allerhoogste God.” Dit is de man van wie over zijn hemelvaart gezegd wordt:

Jezus Christus is de hemel binnengegaan en zit nu aan Gods rechterhand, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (1 Petrus 3:22)

Een gewoon mens heeft in deze streek van onreinheid niets te zoeken. Alle menselijke pogingen om de bezetene te boeien liepen op niets uit, 5:3,4. De onreine geest blijkt onvoorstelbaar sterk te zijn. Hij neemt bezit van de man zoals een Romeins legioen van zesduizend (!) soldaten een regio overmeestert. Alleen de Zoon van de allerhoogste God is in de kracht van de Heilige Geest tegen zo’n overmacht opgewassen, vgl. Marcus 3:22-30. De onreine geest mag mensen te sterk zijn – Jezus onze Heer is sterker! Dat duidt Marcus ook treffend aan in 5:13. Hij gebruikt daar een militaire term voor Jezus’ antwoord aan de onreine geesten: Hij geeft ze verlof om de varkens te overmeesteren. Zie voor die term ‘verlof geven’ Handelingen 21:39,40; 28:16. Presenteren die geesten zichzelf als een militaire gevechtseenheid – Jezus treedt op als de overwinnende veldheer, als de hoogste autoriteit! Zo claimt Hij deze landstreek voor God. Samen met de onreine varkens gaan de onreine geesten ten onder, 5:13. Het gebied van de Gerasenen is niet meer onrein! Wat een belofte houdt deze overwinning voor ons in. We hebben reden om ons niet neer te leggen bij de heerschappij van lugubere machten die mensen in hun greep houden en hun zwarte giftigheid over de wereld uitspuwen. Met de komst van Jezus Christus zijn zij aan de verliezende hand. Hij gaat tegen ze in de aanval, en dat betekent dat ook wij in de naam van Jezus mogen strijden voor de bevrijding van mensen. Ik denk hier concreet aan een stichting als ‘De Hoop’, waarvoor onze diakenen ook dit jaar collecteren. Deze christelijke organisatie gelooft niet in uitzichtloze gevallen, maar in Gods overwinnende macht om mensen die hun vrijheid volkomen zijn kwijtgeraakt tot nieuw leven te brengen. Bedenk dat het Jezus dáár om gaat. Hij mag dan als een machtige veldheer een landstreek bevrijden van een vervaarlijke tegenstander en zo terugwinnen voor God , maar in dat alles heeft Hij een mens voor ogen. Prachtig staat het in 5:15: de bezetene zit bij Jezus, gekleed en bij zijn volle verstand. De man heeft zijn menselijkheid terug! Prachtig ook in 5:19: de Heer heeft zich over deze man ontfermd. Daartoe oefent onze Heer zijn macht uit na zijn hemelvaart: om zich over mensen te ontfermen.

Shockerend

Toch reageren ook in dit verhaal, net als in dat van de storm op het meer, de mensen verschrikt, 5:15. je kunt er iets van begrijpen. Hun leven wordt immers omvergegooid! Hun broodwinning is abrupt tot een eind gekomen: tweeduizend varkens zijn verloren gegaan. Zo gezien is het niet verbazingwekkend dat zij Jezus verzoeken weg te gaan, 5:17. En toch – wat shockerend is dat eigenlijk. Jezus komt met overwinningsmacht het Koninkrijk van God brengen, vol ontferming over mensen, en Hij is niet welkom. Dit doet denken aan wat Johannes schrijft:

de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht. (Johannes 3:19)

Jezus is te groot, te radicaal, te vernieuwend voor de Gerasenen. Alleen voor hen? Of hebben we Hem ook in de kerk meer een vriendelijke Heiland op onze maat gemaakt, omdat wij eigenlijk niet kunnen verduren dat Hij ons gewone, vertrouwde leven wegblaast om Gods overweldigende Koninkrijk te realiseren? Zijn wij zélf het misschien die dat Koninkrijk tegenhouden, gehecht als wij zijn aan ons eigen bestaan? Zeker, wij huiveren voor de duistere machten die in deze wereld huishouden, maar zijn we uiteindelijk toch min of meer tevreden met hoe het nu is…? Duurt het zolang voordat de grote dag van de Heer komt, doordat wij christenen ervoor terugschrikken die te bespoedigen (2 Petrus 3:12 NBV) Hoe dan ook: uit het land van de Dekapolis trekt de Heer zich inderdaad terug. Maar niet helemaal. In de persoon van de bevrijde man blijft Hij in het gebied aanwezig. Die vertelt overal wat Jezus voor hem gedaan had. Zo komt men niet helemáál van Jezus af. Overal wekt zijn verslag verwondering, 5:20. Mij dunkt: dat is hoe wij als kerk aanwezig hebben te zijn in een wereld die uiteindelijk niet van Jezus gediend is. Het liefst zou iedereen zien dat wij over Hem zwijgen, of in elk geval het alleen nog maar onder elkaar over Hem hebben. Maar dat mag niet gebeuren. Toen Christus bij zijn hemelvaart bij ons mensen wegging, gaf Hij zijn gemeente de opdracht om in de wereld op haar post te blijven en van Hem te getuigen, Handelingen 1:8-11. Want het feit ligt er: Christus claimt heel deze wereld voor God, en bewijst telkens en telkens weer zijn ontferming. Nee, na Christus wordt het nooit weer ‘gewoon’, en de duistere machten zullen nooit meer ongestoord hun gang kunnen gaan. De aanval erop is ingezet. Aan de kerk is het om dat besef in de wereld levend te houden. Amen.

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.