Preek over Deuteronomium 9:7

2013-04-28 n.m.

Ds. A. van der Dussen

 

Liturgie:

♪ Gezang 444
♪ Psalm 123: 1
Deuteronomium 9: 1-8
♪ Gezang 344: 1, 2, 3
♪ Psalm 25: 3
♪ Psalm 118: 1, 10
♪ E9 - Apostolische Geloofsbelijdenis

Ongebruikelijk

Het is ongebruikelijk in de Bijbel dat een aansporing wordt gegeven om verkeerde dingen van vroeger op te rakelen. Veel vaker worden we aangemoedigd om fouten uit het verleden te laten rusten. Er is immers vergeving! Vreemd en onrustbarend is daarom wat staat in Deuteronomium 9:7:

Herinner u hoe u in de woestijn de woede van de HEER, uw God, hebt opgewekt.

De vorige Bijbelvertaling (NBG 1951) geeft deze oproep nog krachtiger weer:

Denk eraan, vergeet het niet, hoe gij in de woestijn de HERE, uw God, vertoornd hebt.

Mozes zegt dat tegen de Israëlieten op het moment dat ze gereed staan om de Jordaan over te trekken, het beloofde land in. Vanwaar dan dit terugzien op wangedrag in het verleden?

Geen reden tot zelfverheffing

Die vraag laat zich beantwoorden door te letten op datgene wat Mozes zegt in vers 4-6. Hij spreekt daar de Israëlieten als volgt toe:

Als jullie straks het beloofde land intrekken, en als jullie dan ondervinden dat de HEER jullie de overwinning laat behalen op de volken die het nu bewonen, ga dan niet naast je schoenen lopen. Denk dan vooral niet dat jullie die voorspoed verdienen, alsof de HERE God jullie goede gedrag beloont. Besef liever dat Hij van jullie bepaald niet blij wordt, en dat jullie gedrag Hem geen enkele reden geeft om goed voor jullie te zijn. Dat die volken het onderspit tegen jullie delven komt doordat ze zelf zo slecht zijn, niet omdat jullie zo goed zijn. Ik zal jullie de overwinning schenken omdat Ik trouw ben aan mijn belofte aan jullie voorvaderen, niet omdat jullie aanspraak kunnen maken op mijn goedheid. Integendeel, jullie kunnen nergens aanspraak op maken, want jullie zijn “een onhandelbaar volk”, vers 6.

Wat volgt in dit hoofdstuk dient ertoe om dit harde oordeel over de Israëlieten toe te lichten. In vers 7 duidt Mozes aan dat Israël de hele woestijnreis door een onwillige verbondspartner was. Een triest dieptepunt was de afgoderij met het gouden kalf bij de Horeb. Aan de beschrijving daarvan is de rest van Deuteronomium 9 gewijd. Speciaal daarop zal Mozes dus doelen als hij het volk oproept om zijn wandaden nooit te vergeten! Alleen als de Israëlieten er zich blijvend van bewust zullen zijn dat zij de HEER toen tot het uiterste getergd hebben, zullen zij op de gepaste wijze het beloofde land in ontvangst kunnen nemen: nederig, in het besef van Gods genade.

Nederigen en zelfvoldanen

Voor de Israëlieten is het dus functioneel, om terug te denken aan zonde uit het verleden. Dat is niet functioneel wanneer een mens toch al schuldbewust is. Nederigen hoeven niet verder te worden vernederd. Zij moeten juist horen dat het blad echt is omgeslagen! Maar zij die neigen tot zelfvoldaanheid, die hebben het nodig dat nog eens op een rij wordt gezet hoe ze écht zijn. Voor hen kan het nodig zijn om ze eraan te herinneren dat ze zich in het verleden onmogelijk hebben gemaakt bij God… Denk hier maar weer aan de welbekende regel van Jakobus 4:6:

God keert zich tegen hoogmoedigen,
maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade.

Om aan de zonde van de hoogmoed te ontkomen kan het nodig zijn om aan de zonde uit het verleden niet te vergeten.

4 mei

Deze oproep in Deuteronomium 9 heeft voor ons een zekere actualiteit. Ik doel op de viering van 4 mei, zaterdag aanstaande. Het is goed om dan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Maar het is ook een gelegenheid om als Westeuropese christenheid nog eens diep het hoofd te buigen en terug te denken aan een van de grootste schandalen die ooit hebben plaats gevonden: de uitmoording van zes miljoen Joden. Dat is een misdaad geweest die niet te bevatten is. Het was een naar verhouding kleine troep schurken die de Holocaust heeft bedacht en uitgevoerd. Maar er was wel de voedingsboden van antisemitisme waardoor ze hun gang konden gaan. Het heeft iets verbazingwekkends dat we in West-Europa na dat drama de draad weer hebben kunnen opnemen. Nog verbazingwekkender is dat het er soms de schijn van heeft dat we deze onvoorstelbare schanddaad uit ons collectieve geheugen gewist hebben. Want wat worden er in ons land eindeloos veel feestjes georganiseerd. Wat wordt er op de TV onbedaarlijk gelachen. Wat storten zij die het zich permitteren kunnen, zich gretig op de welvaart. Is er dan geen besef meer van dat afschuwelijke verleden? Natuurlijk: we moesten na 1945 de draad weer opnemen. Bovendien is het leven voor veel mensen zo zwaar, dat ze best wat afleiding en verstrooiing kunnen gebruiken. Het zou onredelijk zijn van de samenleving te verwachten, dat ze bijna 70 later nog steeds gebukt gaat onder de last van het verleden. En toch: de levensstijl van veel Nederlanders, waarbij zij elke mogelijkheid aangrijpen om ‘uit hun dak te gaan’ – daar zit een al te grote vanzelfsprekendheid in. Die doet denken aan de mentaliteit waar Mozes de Israëlieten voor waarschuwt. Alsof we in Nederland recht hebben op lol en plezier; alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat we in West-Europa het feest van de welvaart vieren. Maar zou juist de gedachtenis aan de Holocaust ons niet aan het denken moeten zetten, en ons moeten doordringen van het besef dat het leven in vrijheid en welvaart een onverdiend geschenk is? De herdenking op 4 mei van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog is zo gezien bepaald functioneel. Ze kan ertoe bijdragen dat wij in Nederland wat minder ongeremd en oppervlakkig feest vieren.

Vergeving

Zo meteen zetten wij de viering van het avondmaal voort. Voor ons wordt uitgebeeld en op het hart gedrukt dat God ons begenadigt. Hij nagelt ons niet vast op ons zondige verleden. Hij doet de zonden juist ver van ons weg. Maar nooit, nooit mogen we daar iets goedkoops van maken. We schatten Gods vergeving niet naar waarde, wanneer we ons zelfgenoegzaam en gearriveerd gaan gedragen. Veelzeggend is dat Paulus nooit is vergeten dat hij de gemeente van Christus vervolgd had, I Timotheüs 3:12-16. De herinnering daaraan hield hem nederig. Laten ook wij ons zo ervan bewust blijven, welke zonden het waren die ons vergeven zijn. Alleen dan zullen wij de nederigheid behouden die begenadigde mensen past.
Amen.

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.