Preek over Ezechiël 20:42, 43

2011-03-13 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Zondebesef

Liturgie:

♪ E13 – Breng dank aan de Eeuwige
♪ Psalm 65: 1, 2, 5
♪ E157 – Trouwe Vader in de hemel
Ezechiël 20: 41 - 44
♪ E33 – Door uw genade, Vader
♪ Psalm 103: 1, 5
♪ E9 – Apostolische Geloofsbelijdenis
♪ Gezang 365
♪ Psalm 67

Volgorde

Hoe zondig moet je jezelf voelen voor je het avondmaal kunt vieren? Op die vraag laat zich uit Ezechiël 20 een verrassend antwoord afleiden, heel anders dan wat in menige kerk gegeven wordt. Het gebruikelijke antwoord is: je moet eerst inzien wat je verkeerd gedaan hebt en je echt schamen voor jezelf, voor je recht kunt doen aan het offer dat de Here Jezus voor jou gebracht heeft. Zo staat het ook in de vragen waarop je antwoord moet geven als je belijdenis doet:

Je hebt de wens te kennen gegeven om het avondmaal mee te vieren. Erken je daarmee dat je jezelf kwalijk neemt dat je zonde doet en je daarom schaamt voor God?

[Dat is in lijn met het oude avondmaalsformulier. Dat zegt:

Om tot versterking van ons geloof het avondmaal te kunnen vieren, moeten wij in de eerste plaats ons vooraf naar de Schrift beproeven. … Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient. Vanwege die zonden zal hij een afkeer krijgen van zichzelf en zich voor God verootmoedigen.]

Op zich is dit een Bijbelse gedachtegang. Alleen: de Bijbel kan ook anders spreken. Zo in Ezechiël 20. Daar gaat het weliswaar niet over het avondmaal, maar wel over vergeving, de begenadiging van de Israëlieten die in ballingschap werden gevoerd vanwege al het kwaad dat ze hadden gedaan. Het eigenaardige is, dat die begenadiging niet volgt op zondekennis en berouw. Het is precies andersom: nadat God hun vergeving heeft geschonken en hen heeft teruggevoerd naar hun eigen land, gaan ze zich diep schamen. Zie vers 42 en 43:

Als Ik jullie naar je land breng … zullen jullie denken aan de daden waarmee je jezelf onrein hebt gemaakt. Jullie zullen van jezelf walgen vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan.

Het is een sterk woord dat hier gebruikt wordt: walgen. Je kunt ook vertalen met ‘verafschuwen’. Wel herkenbaar: je kunt soms een hekel aan jezelf hebben omdat je vreselijk uit je slof geschoten bent, of willens en wetens iets geweigerd hebt te doen waarvan je diep in je hart wist dat het echt gebeuren moest. In Ezechiël 20 maakt die heftige emotie zich dus pas van de Israëlieten meester wanneer de HEER hen verlost heeft van de ellende die ze zich daarmee op de hals gehaald hadden. Overigens wordt niet alleen in hoofdstuk 20 deze volgorde aangewezen. Zie ook Ezechiël 16:62v; 36:31-33; 39:25v. Overgebracht op ons betekent dat het volgende. Als wij het avondmaal gevierd hebben en zo het teken van de vergeving ontvangen hebben; als wij met een schone lei mogen beginnen, en blij zijn gemaakt met Gods goedheid en genade – dán komen wij tot onszelf, zien wij in hoe verkeerd wij bezig zijn geweest, en krijgen wij daar last van. Niet daarvoor, maar daarna…Ik denk dat deze opmerkelijke volgorde ons vier dingen te zeggen heeft.

Genade

Het eerste is, dat het een genade van God is als wij tot zondebesef komen en ons gaan schamen voor onszelf. Maak er geen prestatie van die wij moeten leveren voor we vergeving kunnen ontvangen en het avondmaal kunnen vieren. Het aanhouden van de gebruikelijke volgorde ‘eerst zondebesef, dan begenadiging’ kan het gevoelen opwekken dat God pas vergeeft op voorwaarde dat wij onszelf verafschuwen vanwege onze zonde. In sommige (zogenaamde ‘zware’) kerken is dat gevoelen zo sterk geworden, dat men daar pas aan het avondmaal durft gaan wanneer men diep genoeg door het stof is gegaan. Dat zal toch niet de bedoeling zijn. Want dan wordt onbedoeld de indruk gewekt dat wij iets moeten doen voordat God ons vergeving kan en wil schenken! Misschien zit u op dit moment niet zo heel erg in over wat u verkeerd gedaan hebt, of ten onrechte hebt nagelaten. Ga dan niet proberen een kunstmatig gevoel bij uzelf op te wekken. Laat u door God roepen tot zijn begenadiging zoals u bent. Zondebesef is geen verdienste die wij God aanbieden, maar een genade die Hij schenkt.

Zelfkennis en Godskennis

Het tweede is, dat wij onszelf pas goed leren kennen als wij God leren kennen. In Ezechiël 20:42 en 44 staat de formule waarop ik u vorige week in de preek over Ezechiël 34:27 wees:

Als Ik …, dan zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben.

De Israëlieten zullen pas dan zeker weten wat God waard is, wanneer Hij hun zijn goedheid betoond heeft en hen na hun bestraffing terugbrengt naar hun eigen land. Dán, onder de indruk van wie God is, zullen hun ogen open gaan voor hun eigen miserabele leven, voor het feit dat zij Hem daarmee gekwetst hebben. Overgebracht op ons betekent dat het volgende. Pas wanneer wij onder de indruk zijn geraakt van Gods goedheid, zijn genade, zijn stralende licht, pas dan zullen wij ten volle oog kunnen krijgen voor het donkere en povere van ons eigen hart. Bij het kruis, oog in oog met Jezus, leren wij onszelf kennen. Denk aan Petrus, tot wie pas doordrong dat Hij Jezus verloochend had toen deze Hem aankeek, Lucas 22:22v:

De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.

Als je buiten God om naar jezelf kijkt levert dat een vertekend beeld op. Kijk er niet van op, als het je niet lukt om vat te krijgen op je eigen zondigheid. Je ogen moeten ervoor open gaan. Dat heeft te maken met de ontmoeting met de heilige en genadige God die enkel licht is.

Draaglijk

Het derde is, dat oog krijgen voor je eigen zondigheid alleen draaglijk is wanneer je omvat bent door Gods vergeving. Buiten Gods vergeving om is het ondraaglijk om indringend bij je zonde stil te staan. Psychologen wijzen erop, hoe mensen scheef kunnen groeien door obsessief te focussen op hun tekortkomingen en schuld. Hoe weldadig is het dat Ezechiël ons leert, ons te schamen over de zonde die ons vergeven is. Christelijke zondekennis is daarom te vergelijken met de blik die een geredde schipbreukeling slaat op het in de golven wegzinkende schip waarvan hij gered is. Je ziet met schrik en schaamte toe bij het drama van je falen, met alle gevolgen van dien. Maar je kijkt ernaar vanuit de veilige positie van je begenadiging door God.

Ootmoedig

Het vierde en laatste is, dat leven uit de vergeving een ootmoedig leven dient te zijn. Het is oppervlakkig om te denken dat we niet meer over schuld en zonde hoeven te praten omdat we verloste mensen zijn. Tot het eind van zijn leven was Paulus’ weten, dat hij in zijn jonge jaren de gemeente van Christus vervolgd had, diep in zijn ziel ingekerfd. Vgl. I Timoteüs 1:12v:

Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen, hoewel ik hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt.

Het gaat er in Ezechiël 20 niet om dat mensen in de put raken door alsmaar te blijven tobben over ons tekortschieten. Het gaat erom dat wij, geschrokken van ons falen, ons leven lang dicht bij de Here Jezus blijven en ons vertrouwen op de Heilige Geest stellen. “Als ik U niet had…!”
Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.