Preek over Lucas 13:16

2010-01-03 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Zondag – dag van de Heer

Liturgie:

♪ E58
♪ Gezang 429
♪ E29
Deuteronomium 5:12-15 en Lucas 13:10-17
♪ Psalm 92:1, 2, 3, 6
♪ Psalm 119:42, 43

Gods gebod

Op deze eerste zondag in 2010 vraag ik graag uw aandacht voor de omgang van onze Heer Jezus met de sabbatdag. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste is dat dit onderwerp ons de kans biedt om een actuele invulling te geven aan de catechesezondag die wij vandaag houden. De tweede is dat ik met deze preek de toon wil zetten voor het nieuwe jaar dat wij zijn ingegaan. Ik zal het voor u toelichten. De kerkenraad heeft mij gevraagd in een preek in te gaan op de volgende vraag: “Wat wil God met de zondag van ons?” Die vraag komt niet uit de lucht vallen. We zijn immers met elkaar in gesprek over de wijze waarop we de zondag inrichten. We merken dat we daarbij onderling verschillend denken en handelen. Daarom is het goed om te zoeken naar vaste grond onder de voeten. Vandaar die vraag: “Wat wil God in dezen eigenlijk van ons?” Voor een antwoord op die vraag kom je, hoe je het ook wendt of keert, terecht bij het vierde gebod: God wil dat wij de sabbat in acht nemen. Nu moet ik hier meteen bij zeggen, dat we ons als christelijke kerk niet letterlijk gebonden weten aan dit gebod van God. Dat heeft te maken met de komst van onze Heer Jezus, en de wijze waarop Hij met de sabbat om ging. Vandaar de tekstkeus. In Christus’ onderricht zoeken we antwoorden op de vraag wat God met de zondag van ons wil. Gezien deze achtergrond is het aantrekkelijk om hiermee juist op een catechesezondag aan de slag te gaan. Die biedt ons immers alle gelegenheid om ons niet alleen in dit onderwerp te verdiepen, maar er ook met elkaar over in gesprek te gaan. En nu de tweede reden. Onze Heer Jezus laat ons zien hoeveel evangelie er zit in het gebod om de sabbat te houden. Hij onthult de eigenlijke boodschap van de sabbat. Die luidt, dat God ons wil bevrijden van ons gezwoeg! Het is weldadig om met die boodschap het nieuwe jaar in te gaan.

De HEER richt de gebogenen op

“God wil ons bevrijden van ons gezwoeg.”Helaas helpt de Nieuwe Bijbelvertaling ons niet om de specifieke kracht te ervaren waarmee de Heer Jezus deze boodschap tot ons richt. Als Hij antwoord geeft op de vraag of de genezing van de vrouw niet op een andere dag had gekund, zegt Hij meer dan dat het mocht op de sabbat (vers 16). Het was een moeten, hetzelfde moeten als dat waarvan de vader aan het eind van de gelijkenis van de verloren zoon spreekt als hij het feest bij diens terugkeer verdedigt tegenover de oudste zoon: “We konden toch niet anders!” (15:32) Een andere dag was eenvoudig weg geen optie. Want deze genezing paste juist bij de sabbat als een kopje op een schotel. Ze is een illustratie bij Jezus’ onderricht in de synagoge (vers 10). Want let maar eens op de bijzondere manier waarop Hij in vers 16 de kwaal van die vrouw en vervolgens haar genezing beschrijft: ze was door Satan vastgebonden in die vreselijke ‘dubbelgevouwen’ houding, en Jezus heeft haar daaruit losgemaakt zodat ze weer rechtop kon lopen. Dat nu is precies waar het op de sabbat om gaat. Israël mocht dan vieren dat God geen slavendrijver is maar de gebogenen opricht (Psalm 146:8). In de versie die Deuteronomium 5 geeft van het sabbatsgebod wordt dat op een bijzondere manier aangeduid. Het woord ‘arbeid verrichten’ heeft de gevoelswaarde van sloven. Het komt ook terug in het woord dat even verder als ‘slaaf’ vertaald is. Het gebod klinkt dus als volgt:

Zes dagen lang kun je sloven. Maar de zevende dag is een rustdag voor u en uw slaven en slavinnen, want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en met opgeheven arm bevrijdde.

Ziedaar de reden waarom Jezus erop staat de vrouw te genezen op de sabbat, en niet een dag daardoor of daarna. Hij legt daarmee zijn eigen onderricht uit: de sabbat bepaalt ons erbij dat God de gebogenen opricht en mensen bevrijdt van hun gezwoeg. Het bevel om de sabbat te houden is er terwille van de verkondiging dat wij rechtop mogen lopen. Het vierde gebod gebiedt: MAAK TIJD VOOR DE HEER, omdat het wijst op de blijde boodschap: HIJ MAAKT RUIMTE VOOR JOU.

Valse, menselijke godsdienst

In de tijd van Jezus hielden de Joden de sabbat nauwgezetter in acht dan ooit. Toch waren ze het uitzicht op de God die bevrijdt kwijtgeraakt. Hun godsdienst was sloven geworden. Daarin was geen plaats meer voor echte bevrijding. Het machtige sabbatsteken van Jezus was niet welkom. Griezelig is dat: je denkt dat je de sabbat houdt, maar je raakt het contact met de God van de sabbat kwijt. Dat kan ook ons christenen overkomen. Ons geloof kan ‘sloven’ worden. In de (onze?!) kerk is het vaak heel hard werken: de schouders eronder! Een mens kan moe worden van het geloof. En de zondag? Rennen en vliegen, als je niet uitkijkt. Bij al dat geren en gevlieg kun je ongemerkt het contact krijt raken met de God die ons juist wil bevrijden van het gezwoeg. Het is griezelig maar waar: we kunnen ijverig onze zondagen vullen met onze gelovigheid en ons kerkelijk bedrijf, terwijl we van de Heer van de zondag vervreemd raken. Schrik dus maar van de botsing van Jezus op zijn critici! Die laat zien, dat godsdienst waar je moe van wordt een valse, menselijke godsdienst is, en dat zondagen waar je hoofdpijn van krijgt zijn geen dagen van de Heer zijn. Hij moet de Joodse sabbat, dat staaltje godsdienstig sloven, als het ware stukslaan om de echte sabbat ervoor in de plaats te stellen. De echte sabbat is daar, waar Hij is. Daar worden de mensen blij en gaan ze God loven, vers 13 en 17. Jezus laat dus zien dat het niet om de dag gaat, maar om Hem.

Alle dagen van je leven

Zo is dit voor ons de vervulling van het gebod om de sabbat te vieren: de Heer toelaten in je leven. Laat Hém jou oprichten en houd zelf op met sloven. Dat vraagt om een andere invulling van álle dagen van je leven, zoals de Heidelberger Catechismus in zondag 38 verrassend en veelbetekenend opmerkt. Wij houden dit gebod, als wij álle dagen van 2010 ons melden bij de Heer en ons door Hem laten afhelpen van ons gesloof. Waarachtig, als het om christelijk leven gaat zit het ‘m niet in ons zwoegen. De ware Godsdienst is dat wij tijd maken voor de Heer omdat hij ruimte maakt voor ons, dag aan dag. En de zondag? Die is nodig om de schade in te halen van de voorgaande dagen: als we te druk waren met sloven en geen tijd hadden voor Hem. Op zondag laat je de boel de boel, en zeg je tegen de Heer: “Heer, wat waren we dom afgelopen week dat we toch weer te weinig ruimte maakten voor U en deden alsof ons leven van onszelf afhangt.” Op zondag zeg je tegen elkaar: “Zo, nu gaan we eerst de Heer loven” Op zondag zoeken wij contact met de Heer, door aandachtig te luisteren naar zijn Woord. Op zondag immers krijgen we de kans om samen met de gemeente aan de voeten van de Heer te gaan zitten en ons door zijn evangelie te laten bevrijden en rechtop te gaan lopen! Dat Woord, dat onderricht van Hem hebben wij nodig, om ons steeds weer te laten terugroepen uit onze eigen godsdienstigheid. Alleen dat woord kan de heilloze structuren stuk slaan waarin wij altijd maar weer terecht komen in onze ijver om onszelf voor God en voor elkaar waar te maken. De presentie van Christus in zijn Woord – die vooral ook maakt de zondag zo noodzakelijk en waardevol. Gek ben je, als je je die dag laat ontfutselen. We hebben ‘m nodig, om alle andere dagen niet afgesjouwd te raken.

Amen

Uitgereikte Notitie

Zondag - Dag van de Heer
Catechesebijeenkomst zondag 3 januari 2010
Schriftlezing: Handelingen 13:4,5,13-16, 32,33a, 38,39

1. Invulling van de sabbat na de Babylonische ballingschap (tempel verwoest)
2. Invulling van de zondag lijkt op die van de sabbatdag: Bijbellezing en onderricht in de kerk



3. Het nieuwe van de zondag: dag van de Heer (Openbaring 1:10) 4. Voorproefje van de grote toekomst


Discussievraag

De Deense theoloog N.H. Søe (1895 - 1978) zegt:



Wat vind je daarvan?

Idee: stel met een aantal christenen een 'protocol voor de zondag' op


N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.