Preek over

2009-08-02 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Derde preek over Prediker

Liturgie:

Vergeefs verhaal houden

Een monteur komt jouw wasmachine repareren en vervangt een erg kostbaar onderdeel. Jij hebt goede reden om aan de noodzaak daarvan te twijfelen. Maar als je het hoofd van de serviceafdeling belt geeft hij geen krimp en houdt hij een kletsverhaal waar je niet doorheen komt.
Een doktersassistente maakt een fout bij het overschrijven van een recept. Zo neem je de verkeerde medicijnen in. Na een hoop ellende kom je erachter en beklaag je je tegenover de huisarts. Maar die houdt bij hoog en bij laag vol dat het de fout van de apotheek was.
De dominee heeft in een preek iets gezegd wat echt niet kan en duidelijk onbijbels is. Hij ontwijkt een gesprek. Ten einde raad schrijf je een brief aan de kerkenraad, maar dat had je net zo goed niet kunnen doen: ze houden de man door dik en dun de hand boven het hoofd.
Die dingen gebeuren, zij het gelukkig lang niet altijd. Er zijn natuurlijk ook serviceafdelingen en huisartsen en kerkenraden die serieus op je klacht ingaan. Er is geen sprake van dat je altijd tegen een muur oploopt. Maar – soms wel. Daar kun je je dan vreselijk over opwinden. Maar wat doe je eraan?

Realisme

De kracht van het boek Prediker is, dat dit soort dingen eerlijk gesignaleerd worden, en dat onverhuld wordt uitgesproken dat er onrecht plaats vindt. Hoe herkenbaar is wat in Prediker 5:7 en 8 staat, over ambtenaren die elkaar in bescherming nemen. Ook Prediker beweert niet dat het altijd zo gaat. Maar als het zo gaat, wil hij het niet mooier maken dan het is. Daar moet je wel tegen kunnen. Het is eigenlijk helemaal niet fijn, als zulke onthullingen worden gedaan. Daarom is het journaal vaak zo deprimerend. Want een goeie journalist is er op uit om misstanden aan de kaak te stellen en te onthullen, dat het kwaad vaak helemaal niet gestraft wordt, en dat bankdirecteuren en ministers en rechters en presidenten minder in recht geïnteresseerd zijn dan je zou hopen. Is het een wonder dat menigeen maar liever niet meer naar het journaal kijkt? Dan liever een politiefilm waarin de misdadiger tenminste wordt opgespoord en desnoods de hoge pieten in de bak terecht komen. Het is heerlijk om boeken te lezen met een happy end. Het boek Prediker is zo niet. Het maakt de werkelijkheid niet mooier dan die is. Prediker is als die goeie journalist. Hij zegt: “Van tijd tot tijd gebeuren die dingen, van die monteur, die doktersassisent en die dominee. Het is onrecht, en het kwade wordt niet gestraft.” In de flitsende NGB-vertaling van Een twijfelaar aan het woord (1974):

Als je ergens onderdrukking van de arme ziet en schending van recht en gerechtigheid,
verbaas je daar dan niet over.
Want de hoge pieten hebben het te druk met elkaar en met hun superieuren.

Het is niet fijn om dat te lezen. Het is wel realistisch. En dat is veel waard. Als de Bijbel alleen maar helpt om weg te dromen, en over een wereld te fantaseren waarin het leven goed is, kun je net zo goed een stuk in je kraag drinken. Nee, de Bijbel gaat over de werkelijkheid, over de werkelijkheid zoals die is, en niet zoals die zou moeten zijn.

Frustratiedrempel

Maar hoe ga je daar nou mee om? Prediker zegt daar wijze dingen over. Het eerste is: “Verbaas je er niet over.” Prediker weet, dat mensen er zich wél over verbazen. Sterker gezegd: dat ze zich er vreselijk over opwinden, en er zich mateloos aan ergeren. Hij ziet mensen die er zich zo in vast bijten dat het heel hun leven vergalt. Maar wat helpt dat? Het is beter om – zoals dat heet – voor jezelf een ‘hoge frustratiedrempel’ op te bouwen. Leer in het leven om niet te gauw van de wijs te raken als dingen niet zo eerlijk verlopen als je zou wensen en als zou moeten. Leg de lat niet te hoog. Volwassen worden houdt in: je er niet al te zeer over verbazen dat de wereld niet is zoals die zou moeten zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat een mens de wereld maar gelaten moet aanvaarden zoals ze is. Geen sprake van. De Bijbel is vol van het vlammend protest van profeten tegen onrecht. Nooit geven ze Israël te verstaan dat daar niets aan te doen valt. Integendeel: ze doen een dringend appèl op het volk om het onrecht aan te pakken. Vgl. Jeremia 7:5-7; Amos 5:15. Prediker is geen profeet, maar hij valt hun boodschap zeker niet af. Alleen: hij weet, dat je als gewoon burger soms weinig voor elkaar krijgt, en dat het onrecht zo onvoorstelbaar taai kan zijn. Wie daar niet aan wil, en denkt dat er altijd en overal wat aan te doen is, zal bedrogen uitkomen. Vandaar zijn raad: “Verbaas je er niet over.” Ik voeg daar aan toe: “Wees eerder blij het niet nóg gekker is.” Want dat is de betekenis van het slotzinnetje van vers 8:

Het is hierbij nog een geluk wanneer de koning zorg draagt voor de oogst.

Ofwel: verwacht niet te veel van de hoge pieten, maar wees blij met het relatieve goed dat ze doen. Het is al heel wat als een president het goede met zijn land voor heeft, en als je in een rechtsstaat leeft die redelijk functioneert. Ik moet hier aan de leer van de algemene genade denken die Abraham Kuyper heeft uitgedragen. Daar is heel wat over te doen geweest. Maar een van de nuchtere inzichten die er uit sprak, was dat je er nooit van uit moet gaan dat de politiek een hemel op aarde kan maken. Je mag al blij zijn als er matigende krachten zijn waardoor het geen regelrechte hel wordt. Die matigende krachten: die heeft ook Prediker op het oog. Het is inderdaad de kunst in het leven om voor die algemene genade van God oog te hebben. Houd op van mensen een hemel op aarde te verwachten. Maar merk ook op wanneer het leven geen regelrechte hel wordt. Dat is al heel wat. Dat maakt het ook de moeite waard om in de politiek te gaan, of om je in te zetten voor de hervorming van het bankwezen. Misschien hebben christenen van die politiek/maatschappelijke inzet vroeger wel wat te veel verwacht, en leefde het gevoel (ook bij Kuyper?) dat we het Koninkrijk van God daarin dichterbij kunnen halen. Bij Prediker lees ik de raad om de lat wat lager te leggen, en tegelijk de dankbaarheid voor wat er meevalt in de wereld. In die lijn zou ik tegen allen die zich geroepen weten om zich maatschappelijk nuttig te maken willen zeggen: “Verwacht er geen wonderen van, maar doe wat in je vermogen ligt om matigende krachten aan te wenden en zo de wereld leven leefbaar te houden.”

De Heer die dient

Toch is dat niet alles wat er vanuit het christelijk geloof over te zeggen valt. In Kolossenzen 3 voegt Paulus er nog wat aan toe. Hij sluit aan bij het beeld van de rangorde van Prediker, die aangeeft hoe mensen een hogergeplaatste boven zich hebben. Maar Paulus kijkt helemáál naar boven. Vanuit het gezichtspunt van de slaaf let hij uiteindelijk niet op diens heer en meester, maar op degene die dáárboven staat, op de Heer. En nu komt hij op voor de goede naam van de Heer. Je zou geneigd zijn om te zeggen, dat Paulus daarmee God bedoelt. Maar niet toevallig zegt hij in 3:24: “Uw meester is Christus!” Zo trekt Paulus de lijn van Prediker 5 verrassend door. Als je bij de hoogste Heer uitkomt, krijg je te maken met Iemand die echt anders is. Déze Heer houdt zijn ondergeschikte de hand niet boven het hoofd. Deze Heer zal eerlijk oordelen. Die positieve verwachting heeft Paulus op basis van zijn kennis van Jezus Christus. Want die was Heer om te dienen. En zo is bij Christus de negatieve spiraal van onrecht doorbroken. Zo maant Paulus de slaven aan, om aan hun heer en meester voorbij te zien en zich via hen voor de Heer, voor Christus in te zetten. Zie 3:23:

Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.

Paulus loopt dus ten dele gelijk op met Prediker. Ook Paulus heeft geen illusies: van aardse meesters heb je niet te veel te verwachten. Ook Paulus raadt slaven indirect aan een hoge frustratiedrempel te hebben: hij verwacht van hun meesters niet altijd gerechtigheid voor slaven – de goeden niet te na gesproken. Maar vanuit zijn geloof in Christus durft hij wel verder te gaan dan Prediker. Paulus kent de troost van de Heer die gekomen is om te dienen. De Duitse filosoof Rüdiger Safranski heeft als het goede van religie gezien, dat zij “de mensen bevrijdt van de last om alles voor elkaar te moeten zijn.”(Het kwaad, 9) Toegepast op Christus is dat werkelijk een wijs woord. Prediker stelt in alle eerlijkheid vast, dat we van mensen maar niet te veel moeten verwachten, en dat we de lat niet te hoog moeten leggen. “Verbaas u niet.” Paulus, die Christus heeft leren kennen, voegt daar aan toe: “Wijd je leven aan de Heer.” Want wat mensen niet doen, doet Christus wel: heersen om te dienen. Daarom is het vol perspectief om te leven met uiteindelijk alleen Hem boven je.


Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.