Preek over Deuteronomium 34:6

2008-11-23 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Een onvindbaar graf

Liturgie:

♪ E68
♪ Psalm 92:1, 2, 3
Lucas 6:36-38
♪ E164
Deuteronomium 31:1-8 en 34:1-9
♪ Psalm 118:3, 5
♪ Gezang 258

Contrast

Het contrast tussen de gestorven Mozes en een gestorven farao van Egypte kan niet groter zijn. Een farao die overleed werd gemummificeerd en in een graftempel gelegd. Sommige van die graftempels hebben honderden, ja duizenden jaren stand gehouden: de piramides. Een aantal mummies zijn nog niet zo lang geleden gevonden: ook de lichamen zijn dus duizenden jaren bewaard gebleven. En Mozes? Niet alleen van Mozes’ lichaam is geen spoor te bekennen geweest, maar ook van zijn graf niet. Toch had Mozes voor Israël de betekenis die de farao voor Egypte had. Vanwaar dit spoorloos verdwijnen? Vanwaar dit contrast met de Egyptische farao’s?

Loslaten

Alles wijst erop dat de HEER zo aan Israël duidelijk wilde maken dat het zich niet aan Mozes moest vastklampen. Alleen al het dramatische gegeven dat Mozes de uittocht niet mag voltooien en zelf de intocht niet zal meemaken, drukt Israël met de neus op de feiten (31:2; 34:4b). Nu wordt duidelijker dan ooit: het is niet Mozes die het volk in Kanaän zal brengen. In al zijn grootheid is hij toch niet degene van wie Israël afhankelijk is. Op bijna hardhandige wijze trekt de HEER hier de aandacht van Mozes af. In lijn darmee is, dat Mozes geen dynastie vestigt. De farao’s van Egypte zagen graag hun zoon op de troon. Maar in Israël komt er geen Mozes II… Je moet in het Oude Testament goed zoeken om nakomelingen van Mozes tegen te komen. In Rechters 18:30 vind je er een; daar is sprake van Jonathan, een kleinzoon van Mozes. Maar blij word je niet als je leest waardoor deze man een zekere bekendheid verwierf: hij blijkt priester te zijn voor een afgod van de stam Dan. Ook in zijn nakomelingen leeft Mozes dus niet voort onder Israël. De HEER heeft werkelijk niet gewild dat het volkblijvend op hem steunde. En zo is dan ook te verstaan dat zelfs Mozes’ graf niet te vinden was. Stel je voor dat er voor Mozes een piramide was gebouwd, met daarin zijn gemummificeerd lichaam. Dat had vast en zeker geleid tot een verering voor deze ‘vader des vaderlands’, tot pelgrimstochten vol nostalgisch terugverlangen naar de legendarische leider. Maar nee, Israël heeft Mozes geheel en al moeten loslaten.

Vertrouwen op de HEER

Zo creëert de HEER bewust een leegte voor de Israëlieten. Dat is pijnlijk. Het is niet voor niets dat er dertig dagen lang gerouwd wordt. Het wegvallen van Mozes is een enorm verlies. Hij was uitgegroeid tot een formidabele leider. Hoe moet het verder zonder hem? Het lijkt voor de hand te liggen om te kijken naar zijn opvolger: Jozua. Toch wordt Jozua ons niet gepresenteerd als een nieuwe Mozes, als de man die Mozes’ karwei af gaat maken. Niet Jozua vult de leegte, maar de HEER zelf. Want dat is het eerste dat Mozes zegt nadat hij zijn ‘terugtreden’ aankondigt (31:2):

De HEER, uw God, zal zelf voor u uitgaan! (31:3)

Zo vult de HERE God het gat op dat Mozes achterlaat: met zijn eigen, levende aanwezigheid! Het is in dat kader dat Jozua wordt gepresenteerd: hij zal inderdaad het volk het beloofde land binnenleiden. Maar hij zal dat niet in eigen kracht doen. Ook tegen Jozua zegt Mozes:

De HEER zelf gaat voor je uit; hij zal je bijstaan en geen moment van je zijde wijken. (31:8)

In feite is dat niets nieuws. Ook Mozes zelf kon alleen maar zo indrukwekkend leiding geven aan Israël, doordat hij instrument was van God. Maar hoe gaat dat: ongemerkt glijdt onze aandacht weg van de HEER zelf, naar de mensen die in zijn kracht optreden. Dat is wat de HEER niet wil. Hij maakt duidelijk dat niet Jozua degene is die de leegte vult die Mozes achterlaat. Wat is dat ook geruststellend voor Jozua zelf. Het is toch geen doen om zo’n groot man als Mozes op te volgen! Jozua was ook helemaal geen nieuwe Mozes. Hij miste diens allure. Maar erg is dat niet. Want zijn naam (Jozua = Jezus!) staat voor zijn programma: de HEER redt! Ook in 34:9 vinden we die geruststelling: de HEER had een geest van wijsheid aan Jozua geschonken. Daardoor zal Jozua in het gat kunnen springen dat ontstaat nu Mozes sterft. De leegte die de HEER creëert nodigt de Israëlieten ertoe uit om naar zijn vertrouwen enkel en alleen op de Gód van Mozes te stellen. Jozua is net als Jezus degene, die ons naar boven leert kijken.

Rouwen én verdergaan

Hierin wordt ook ons de weg gewezen om ons vertrouwen niet op mensen of dingen te vestigen, maar hen los te laten en op te zien naar God. Wat zou het ons een lief ding waard zijn om Gods hulp als het ware onder handbereik te hebben, om er over te beschikken, als hetw are een potje te hebben waarin we de huklp van God conserveren. Maar hoe gauw zouden we dan niet aan de HEER zelf voorbij kijken. Is het niet zo dat de HEER ons bewust met lege plekken confronteert, om ons te dwingen omhoog te zien? Ik denk alleen al aan het feit dat onze Heer Jezus geen spoor op aarde heeft achter gelaten. Geen boek, geen grafmonument, geen voetafdruk – niets! Het evangelie zegt ons dat Hij de levende Heer is, en dat wij Hem daarom niet in dingen of instituten te zoeken hebben. Het ‘gat’ dat de opgestane Heer achterlaat wordt gevuld door zijn Geest! Maar ik wil dichterbij huis blijven. Het afgelopen jaar zijn ons dierbare broeders en zusters ontvallen. Je zou ze vast willen houden, maar het kan niet. Ook op die wijze dwingt de HEER ons, ons vertrouwen op Hem te stellen en omhoog te kijken! Denk ook aan het feit, dat wij kostbare ervaringen niet kunnen vasthouden. Vreemd en pijnlijk is dat. Ooit voelde je je heel dicht bij God, maar dat gevoel laat zich niet opnieuw oproepen als je je door Hem verlaten voelt. Je kunt ook de gewaarwording hebben dat een Bijbeltekst, die je vroeger veel steun gaf, je nu ineens niets meer zegt. Het is allemaal hetzelfde patroon: we hebben de hulp van God niet bij ons, of in ons bezit. We kunnen het niet conserveren. Steeds opnieuw stuiten we op lege plekken. Daar hoort rouw bij, net zoals de Israëlieten dertig dagen rouw bedreven over het afscheid van Mozes. Maar het is niet de bedoeling dat wij in die rouw blijven steken. Steeds opnieuw roept de HEER ons op, om in die leegte op te zien naar Hem. Hij belooft ons, dat wij nieuwe ervaringen met Hem zullen opdoen, op zijn tijd en zijn wijze. Hij zegt ons zijn Geest toe, die altijd bij ons zal zijn (Johannes 14:16). Dit verhaal bevestigt dat. Het verhaal van de uittocht gaat door, ook na Mozes’ dood. Er komt geen nieuwe Mozes. Jozua kan niet aan hem tippen. Maar via Jozua steekt de HEER wel zijn hand naar Israël uit. Wat is dat troostrijk en bemoedigend voor ons. Weg de mensen die veel voor ons betekenden; weg kostbare ervaringen – je kunt er niet meer bij komen. Weg de zeggingskracht van vertrouwde Bijbelteksten. Het geeft verdriet en rouw, maar er komt iets anders voor in de plaats. Want wij hebben een God die leeft! Die levende God maakt zijn werk af, ook voor ons. Durf vanuit dat vertrouwen de lege plaats leeg te laten. De HEER staat ons terzijde. Dáárom zullen wij het doel kunnen bereiken en onze weg kunnen vervolgen.

Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.