Preek over Efeziërs 4:11-16

2005-09-04 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Bevestiging van amtsdragers

Liturgie:

♪ Psalm 118:1
♪ Psalm 24:1, 2, 5
♪ ELB 170
♪ ELB 13
♪ Gezang 320
♪ Gezang 473:1, 2, 3, 4, 10

1. Wie doet wat?

De ouderlingen en diakenen die zo meteen worden bevestigd in hun ambt zijn er niet om u te dienen of te bedienen, broeders en zusters. Al helemaal niet zijn ze er om u in de watten te leggen of te vertroetelen. De bedoeling is dat u dat elkaar doet. Kijk maar in Efeziërs 4:11. Daar gaat het ook over ambtsdragers. Het zijn weliswaar geen ouderlingen en diakenen, maar apostelen, profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren. De overeenkomst is, dat allen een speciale aanstelling van Christus hebben. Waartoe stelt Hij ze aan? Om de gemeente toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Met andere woorden: deze mensen doen het werk niet - dat doet u!

2. Helende relaties

Dat klinkt naar werk. Er moet weer wat! De gemeente moet opgebouwd worden! Voordat u afhaakt omdat u even geen zin hebt om weer met opdrachten opgezadeld te worden - ik denk dat het anders zit. Het gaat Paulus hier in wezen om iets fijns. Want wát wordt er opgebouwd? Het lichaam van Christus. Dat is iets anders dan een organisatie. Het is in de eerste plaats een netwerk van relaties, een gemeenschap, en wel een heel bijzondere gemeenschap. Paulus ziet in het lichaam van Christus mensen tot elkaar komen die voorheen niks met elkaar hadden, sterker nog: die elkaar bedreigend vonden. Twee groepen, Joden en heidenen, sluiten vrede. Ze vormen een eenheid, 2:14,15. Mensen die wantrouwend tegenover elkaar stonden, krijgen het goed met elkaar. Dát is het lichaam van Christus. Los zand wordt: je krijgt een relatie. Geen mens kan zonder relatie. Maar wat zijn veel relaties schraal en dor of ontzettend berekenend. Wat moet je vaak op je hoede zijn voor je medemens. Het lichaam van Christus houdt in dat dat niet meer hoeft. Dat heeft alles met Christus te maken. Het gaat er om dat mensen in zijn dienst werken (vs 12)

3. In dienst

Ook dat klinkt weer streng en opjagend: werken in Christus' dienst. Maar zie het anders. Stel je voor: straks, bij de koffie, biedt iemand u koffie aan en vraagt: "Melk en suiker?" Is dat niet aardig? Die ander werkt in Christus' dienst en u bent er goed mee! U hoeft ook niets terug te doen! Christus dient u door die ander! U ziet een jongere staan en denkt: "O, daar heb je weer zo'n moderne jongere. Uitkijken, die hebben altijd haast..." Maar wat gebeurt er? Die moderne jongere ziet u staan met uw kopje koffie in uw hand, en houdt in, en zegt "Gaat uw gang!" Aardig hè. Die jongere werkt in Christus' dienst. U ziet een vreemdeling. U kent geen Frans. Maar u geeft wel even een hand en zegt "Bonjour!" Zo gaat dat in het lichaam van Christus. Christus geeft mensen aan elkaar, om elkaar te troosten, om met elkaar te lachen, om bij elkaar te informeren "Hoe gaat het?" Christus geeft verschillende mensen aan elkaar, zodat je van de een weer iets anders krijgt dan van de ander. En Christus neemt jóu in dienst en zegt: "Ik denk dat jij wat voor die en die kunt betekenen..." Zo is het lichaam van Christus een prachtig netwerk van relaties die goed doen en niet bedreigend zijn, die helen en niet irriteren, die een oase zijn temidden van een kille en onpersoonlijke en soms vijandige samenleving, een oase die opvalt, waar mensen naar hunkeren, naar op zoek zijn... Lichaam van Christus: een wenkend perspectief voor buitenkerkelijken die van elkaar vervreemd zijn.

4. Toerusting

Mooi is het, om zo'n netwerk op te bouwen. Of het ook lukt? Dat is een ander verhaal. Soms wel. Soms kom je op adem in de kerk. Maar niet altijd. Soms is de kerk een plek waar je pijn wordt gedaan, of teleurgesteld vandaan komt. Soms is het alleen maar een heel erg aardse club, nauwelijks herkenbaar als het lichaam van Christus. Daarom heeft Christus ouderlingen en diakenen aangesteld. Die hoeven niet zelf te bouwen. Dat doet u. Zij rusten alleen maar toe tot de bouw. Maar daar zijn ze dan ook voor. Om die identiteit van de kerk en dat proces in de gaten te houden en te stimuleren. Om in te grijpen als het fout gaat. Om de aandacht op Christus te richten, het Hoofd, de grote chef. Om de talenten op te sporen én om de behoeften op te sporen. Om te bemiddelen. Om af en toe tegen iemand te zeggen: "Beklaag je niet. Treedt liever in Christus' dienst!" U, ambtsdragers, hoeft niet zelf te troosten en (materiële) hulp te regelen. U hoeft alleen maar te zorgen dat mensen troosters op hun pad krijgen en dat de welvaart beter verdeeld wordt. En uw materiaal? Eigenlijk maar één ding: het evangelie. Dat is waarmee u, in het licht en de kracht van de Heilige Geest, de mensen kunt aanspreken en motiveren. Zo strekken we ons samen, gemeente en ambtsdragers, uit naar ons ene Hoofd, in een verlangen naar de helende en genezende relaties die groeien waar Hij mensen in dienst neemt.

Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.