Preek over Psalmen 51:19

2003-10-26 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Een gebroken hart

Liturgie:

♪ Gezang 461: 1, 2, 5, 6, 7
♪ Psalm 51: 6
♪ Psalm 34: 7
♪ Gezang 19: 1
♪ Gezang 449

Inleiding

Schuldbesef. In deze preek wil ik u vragen om in uw geloofsleven op een evenwichtige manier ruimte te maken voor schuldbesef. Met ´schuldbesef´ bedoel ik niet alleen het weten dat je dingen verkeerd doet, maar ook het bijbehorende nare gevoel. En met ´evenwichtig´ bedoel ik, dat het niet eenzijdig moet zijn. ´Altijd blij´ zijn in het geloof, zonder iets van wroeging te kennen over het verkeerde – dat is eenzijdig. Maar christenen die in angst leven voor God doordat ze puur negatief over zichzelf denken – dat is ook eenzijdig. Zo is het ook bij avondmaal vieren. Enkel somberheid is niet de bedoeling. Er is vergeving! De levende Heer is onze gastheer! Er is uitzicht op het grote feestmaal straks! Dat geeft reden tot blijdschap. Maar aan de andere kant is er de ´verslagenheid´, zoals het oude avondmaalsformulier dat noemt: verslagenheid over het kwaad in je leven, en over het bittere lijden van Christus. Daarvoor moet ook ruimte zijn. Vanmorgen vraag ik u die ruimte te maken vanuit psalm 51:19.

1. Het offer van een gebroken hart

Het gaat in die tekst over offers. Wat is een offer? Dat is dat je bij God niet met lege handen aankomt. Je brengt wat voor Hem mee. Iets van je bezittingen. Maar liever nog: iets van jezelf. Ik moet denken aan de tekening die ik de afgelopen week van een van de kinderen kreeg. Zo is ook God vereerd met iets van onszelf. En nu zegt David hier, dat wij God vereren wanneer wij een gebroken hart voor Hem meebrengen. De uitdrukking ´een gebroken hart´ herinnert ons aan liefdesverdriet. In de Bijbel wordt de term ook gebruikt om in algemene zin aan te duiden dat je ergens ´kapot´ van bent. Van smaad bijvoorbeeld, psalm 69:21, of van de ellende die je overkomen is, psalm 147:3. In psalm 51 heeft het gebroken hart te maken met het kwaad. David is hier kapot van de verschrikkelijke misdaad die hij begaan heeft.

2. De wereld

Nu moet het inderdaad heel erg zijn wat je gedaan hebt om daar kapot van te zijn. Ook hier geldt: wees evenwichtig. Vraag niet van jezelf dat je er elke dag kapot van bent dat je fouten maakt. Dan overspan je het schuldbesef. Het gaat om die verkeerde dingen in je leven waar je je echt rot van kunt voelen, en waaraan je niet luchthartig voorbij mag gaan. Ziedaar nu het offer waarmee God blij is. Dan behaag je Hem. Met andere woorden: God is niet blij met ons wanneer wij nergens zwaar aan tillen, en alleen maar weten te zeggen "Het is toch vergeven?" Nee, wij eren God en onze gekruisigde Heer wanneer wij iets kennen van reële geschoktheid over de zonde. Denk hierbij niet alleen aan je persoonlijke zonde. Christus is gestorven voor de zonde van de gehele wereld, zegt Johannes in zijn eerste brief (2:2). Dat betekent dat je bij de Avondmaalsviering ook wel eens geschokt mag stil staan bij boosheid waaraan je zelf misschien part noch deel hebt. Een voorbeeld: ik las laatst een indringend artikel over kinderprostitutie. Vreselijk, wat wereldwijd op dat gebied gebeurt. Het is vreselijk voor die jonge meisjes, maar ook voor de Schepper van die jonge meisjes. Je kunt niet de hele wereld op je nek nemen, maar dat je af en toe geschokt bent over het kwaad in de wereld: dat is christelijk. En bied die geschoktheid dan maar aan de HERE God aan. Hij heeft een behagen in ons wanneer wij in die houding naar Hem toe komen. Alleen dan klinkt het niet vals, wanneer wij vervolgens vrolijk zingen vanuit de vergeving van al onze zonden.

Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.