Preek over Lucas 11:1-13

2002-01-20 v.m.

Ds. A. van der Dussen

Een lastpost durven zijn!

Liturgie:

♪ Psalm 105:1, 2, 3
♪ Psalm 119:30
♪ Gezang 50:1, 9
♪ Gezang 477

Inleiding

Deze derde van een korte reeks preken over markante teksten in de evangeliën gaat over Lucas 11:1-13. Dat is een tamelijk bekend stukje, dat handelt over het gebed. Is dit dan toch zo´n ´markante tekst´? Ja, en wel vanwege vers 5-8, waarin wij een korte gelijkenis hebben te zien. Die gelijkenis nu heeft iets heel verrassends en uitdagends. Ik zou ´m de gelijkenis van de lastpost willen noemen. Eerst wil ik dat voor u uit de doeken doen, om u daarna namens de Here Jezus op te roepen om in uw gebed een lastpost te durven te zijn.

1. De gelijkenis van Lucas 11:5-8 'Het dubbele gevoel '

Jezus beeldt werkelijk een lastpost uit: iemand die midden in de nacht bij een vriend aanbelt om brood. Dat doe je toch niet! Nee, onder normale omstandigheden niet, maar als de nood aan de man komt.... Het is in zeker opzicht een noodsituatie, want de man heeft onverwacht bezoek gekregen, en bezoek ontvangen betekent in het Oosten: iemand ogenblikkelijk een goede maaltijd voorzetten. Maar helaas: hij heeft niks in huis. Zoiets kan gebeuren en is ook gewoonlijk geen ramp. Men bakte namelijk ´s morgens vroeg brood. Als er geen bezoek was gekomen had hij gewoon bij het aanbreken van de dag over vers brood beschikt. Maar het was onmogelijk om dat ook tegen de gast te zeggen: "Ga maar slapen, morgen krijg je een prima ontbijt van me!" Dat zou een schande zijn! En dus: er moet op stel en sprong iets gedaan worden. Vandaar dat de man de stoute schoenen aantrekt en zich bij zijn vriend vervoegt, al is het dan ook midden in de nacht. Inderdaad: gênant. Aan de andere kant: daar heb je vrienden voor - toch? Zo zit er in dit verhaaltje iets dubbels. De man is een lastpost, ongetwijfeld, maar hij durft het aan om een lastpost te zijn. Bij vrienden kán dat. Inderdaad gaat de man midden in de nacht met drie broden naar huis.... Zo is de lijn van het verhaal: durf maar een lastpost te zijn. De manier waarop de gelijkenis is opgebouwd stelt dat nog scherper in het licht.

2. De opbouw van de gelijkenis

Jezus begint met een vraag: "Wie van u...?" Die vraag loopt door tot en met vers 7, en roept als antwoord op "Natuurlijk niet!" In onze vertaling komt dat niet goed uit de verf doordat men vers 7 niet laat eindigen met een vraagteken. Beter is de Willibrordvertaling:"Stel dat je midden in de nacht naar een van je vrienden gaat om te vragen" Vriend, leen me drie broden, want een vriend van me is na een lange reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander daarbinnen antwoorden: "Val me niet lastig. De deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed. Ik kan niet opstaan om ze je te geven"?Het antwoord hierop moet zijn "Natuurlijk niet!" Want hoe vervelend ook: de man die in zijn slaap gestoord wordt weet heel goed dat hij geen ´nee´ kan verkopen. Dat zou pas echt een schande zijn, als hij zou zeggen: "Hoor eens, dit is me te gek. De deur zit al op slot; als ik nu opsta maak ik de kinderen wakker; je moet je probleem maar zelf oplossen." Misschien flitst dat wel even door de man z´n hoofd, maar metterdaad zo reageren - nee, daar kan geen sprake van zijn. Iedereen die het zich indenkt weet: dat zal niet gebeuren. Waarop Jezus dan als commentaar geeft: "Nee, want het is toch een vriend??! En al was het z´n vriend niet dan deed hij het nóg - om van het gezeur af te zijn. Hij was nou toch al wakker, mopperdemopper - hier, brood, en nou wil ik weer naar bed!!" Met dat laatste zet Jezus deze gelijkenis in de buurt van die van de onrechtvaardige rechter.

3. De overeenkomst met de gelijkenis van de onrechtvaardige

Jezus legt er dus nadruk op dat die man écht lastig is. Daarmee zet hij een type neer dat als twee druppels water lijkt op die weduwe die door de rechter als lastig ervaren wordt. Ook die weduwe had recht van spreken: de rechter was verplicht haar te helpen. Maar het is uiteindelijk niet haar recht dat telt: de rechter is gewetenloos en heeft lak aan recht. Nee, dat hij haar helpt komt doordat hij genoeg van haar krijgt!"Toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen. Anders komt zij mij tenslotte nog in het gezicht slaan!" (Lucas 18:5)Zo is ook de strekking van Lucas 11, dat vrijpostigheid loont. Durf een lastpost te zijn als het nodig is!"Klopt en u zal open gedaan worden." Het is duidelijk dat de Here Jezus ons hiermee aanspoort in het gebed niet te bescheiden te zijn. Toch zit er iets vreemds in. Want God is toch geen onrechtvaardige rechter? En God is toch niet een vriend die knorrig uit bed stapt en zal zeggen: "Nou, om van het gezeur af te zijn zal ik je dan ter wille zijn..." Nee, punt van vergelijking is niet dat God zo´n soort vriend is, maar dat die deur opengaat, hoe dan ook!! Dat is wat Jezus duidelijk wil maken en wat dan ook in vers 9 met zoveel woorden ons wordt verzekerd: "Klopt en u zal open gedaan worden." Wat wordt dat door dit eigenaardige verhaaltje fantastisch bevestigd. Die deur gaat dus echt open! Zelfs als jij je een lastpost voelt... Want dat blijft steeds meeklinken: het element van het ´lastig zijn´. God vindt ons misschien niet lastig, maar wat hebben wijzelf vaak het gevoel dat we lastig zijn, en vrijpostig, en dat we het niet kunnen maken om weer bij Hem aan te kloppen. Eigenlijk vind je in de reactie van die vriend het gevoel terug van de man die staat te kloppen: "Hij zal wel denken... Straks smijt hij de deur voor mijn neus dicht en ik kan hem nog niet eens ongelijk geven..." Zo projecteren wij op God onze eigen gevoelens. En wat Jezus met deze gelijkenis duidelijk wil maken is dat God dus anders is. Héél anders. "Maak je geen zorgen: die deur gaat open!" Deze gelijkenis gaat eigenlijk veel meer over God dan over ons. Hij zegt: "Wees niet bang. God doet absoluut open, al voel je je nog zo lastig!!!" Is dat niet een machtig appèl op ons om te bidden en te verwachten dat God zal geven? Bidden om de Geest Natuurlijk ligt de tegenwerping voor de hand, dat het in de praktijk anders toegaat. Veel gebeden worden toch niet verhoord? Bij Paulus bleef de doorn toch in het vlees zitten, II Korinthiërs 12:8,9. Het is waar: God willigt ons verzoek niet altijd in. Maar let erop, dat het in dit gedeelte ook niet gaat om wensen die wijzelf bedenken. Jezus noemt zelf de gebedsonderwerpen op: Uw naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome, geef ons elke dag ons dagelijks brood, vergeef ons onze zonden...." (vers 2,3) Dat is belangrijk: het gaat erom dat je goede redenen hebt om je bij God te melden. Ook in vers 13 komt dat tot uitdrukking. Daar gaat het erover dat God de Heilige Geest wil geven aan hen die Hem daarom bidden. Van dát gebed zegt Jezus: "Weet het goed: die deur gaat open, hoe dan ook!" Zo nodigt Jezus ons uit om ons verlanglijstje te heroverwegen. Willen wij dat graag hebben: de Heilige Geest? In 12:12 wordt Hij genoemd als Degene die de discipelen zal ingeven wat zij moeten zeggen als zij zich moeten verdedigen vanwege hun navolging van Christus. Met andere woorden: de Geest geldt hier als Degene die wij nodig hebben als wij onszelf tekort voelen schieten. Herkent u dat? Je probeert een goed christen te zijn, en je merkt je eigen beperktheden op: het lukt niet. Er moet kracht van boven aan te pas komen! Daarvoor wil God zijn Geest geven. Zo wil de Here Jezus dus dat dat ons een behoefte wordt vanuit de ervaring van eigen tekortschieten: "O Heer, wat hebben wij uw Geest nodig om christen te kunnen zijn. Zonder Hem redden wij het niet!" Wel, dat gebed is dus niet vruchteloos. Dat tekort is een goede reden om God ´lastig te vallen´. Vertrouw daarop: als je Hem om de Geest bidt vanuit je eigen gevoel van tekortschieten, gaat die deur open, zowaar Hij God is!

Amen

N.B. Indien U een preek anders dan voor uzelf wilt gebruiken, stelt ds. van der Dussen een e-mailbericht aan hem op prijs. Wil hem ook vermelden als bron van de preek.